Een wilsverklaring voor mijn sterven (1/2)

Geschreven door Claude Gérard op . Gepost in papersNL

Om zowel het misbruik van euthanasie als de overmaat van therapeutische hardnekkigheid bij een fel verzwakte of onbewuste patiënt te voorkomen, biedt de wilsverklaring een interessante uitweg.

 


De “wilsversklaring” is een geschreven verklaring waarin iemand de medische behandelingen vermeldt die hij wenst toegepast te krijgen, in het vooruitzicht van de eventuele dag waarop hij zich bevindt in een toestand (ziekte, ongeval of andere) die hem belet zijn wil tot uiting te brengen. Ze wordt ook “wilsuitdrukking” genoemd.

 

De eerste vorm van wilsverklaring verscheen in 1969 wanneer een Amerikaans advocaat van Illinois, Luis Kutner, lid van de beweging “Right to die” aan sommige mensen de raad gaf hun wens tot behandeling te uiten voor de gevallen waarin zij zich niet meer zouden kunnen uitdrukken: dat is de living will . In feite ging het om de wil iedere therapeutische hardnekkigheid te weigeren, om te sterven “in waardigheid”. Deze richtlijnen beoogden dus een “weigering” van behandeling, het gaat om weigeringsverklaringen .

 

Er zijn ook richtlijnen die de behandelende geneesheer vragen actief tussen te komen om een einde te stellen aan het leven: dat is het geval van de door de patiënt verzochte euthanasie.

 

Er zijn tenslotte verklaringen die toestemmingen verlenen, zoals bv. orgaandonatie.

 

De wilsverklaringen passen in het kader van een vrij recente “tendens” naar een diepere dialoog geneesheer - patiënt . In de medische middens van de westerse maatschappij is het principe van de autonomie van de patiënt meer en meer binnengedrongen, in functie waarvan deze een actieve rol speelt met zijn geneesheer bij het treffen van beslissingen omtrent de toe te passen diagnoseonderzoeken en behandelingen.

 

Ethische aspecten van de wilsverklaring

De wilsverklaringen waarbij een persoon zijn geneesheer vraagt euthanasie toe te passen of hem bij te staan in zijn zelfmoord, zijn in se immoreel.

 

De wilsverklaringen die beogen gewone zorgen of verhoudingsgewijze behandelingen te weigeren zijn ongeoorloofd want zij staan gelijk met euthanasie door verzuim . Bijvoorbeeld kan een persoon in blijvende vegetatieve toestand, d.w.z. in een coma dat meerdere jaren duurt, en die enkel minimale zorgen nodig heeft, zoals vochttoediening, voeding en hygiënische maatregelen, niet op voorhand vragen dat men hem in dat geval “laat sterven”. Het gaat hier niet omtherapeutische hardnekkigheid want voeding en vochttoediening zijn geen medische behandeling : zij komen overeen met gewone zorgen die voldoen aan de essentiële noden van het menselijk wezen.

 

Wilsverklaringen tot weigering van therapeutische hardnekkigheid zijn gewettigd. Door zulke verklaring wil de patiënt vermijden in leven te worden gehouden door medische tussenkomsten die niet in verhouding zijn tot de resultaten die men zou kunnen verhopen of nog omdat zij voor hem en zijn gezin te zwaar vallen.

 

Redactieproblemen bij de wilsverklaring

Het eerste probleem is de onmogelijkheid alle toestanden te voorzien die zich kunnen voordoen. Indien bepaalde clausules te concreet zijn, kan de geneesheer beweren dat het huidige geval niet beoogd was in het door de patiënt ondertekend document. Als ze anderzijds te algemeen zijn, heeft de geneesheer volledige vrijheid om te handelen zoals het hem goed schijnt. En dus zou het document geen praktische waarde hebben.

 

Een tweede probleem betreft de eerbied voor de therapeutische vrijheid en het morele geweten van de geneesheer. In de mening van sommigen zou de geneesheer een “loutere uitvoerder” zijn van de wil van de patiënt. Het komt echter de geneesheer toe de beste behandeling voor te schrijven aan de patiënt. Het beginsel van autonomie van de patiënt mag niet begrepen worden als een totale autonomie die erin zou bestaan de geneesheer te dwingen een bepaalde behandeling op hem toe te passen.

 

Ten slotte zou zich een derde probleem kunnen voordoen: het onvermogen de technologische vooruitgang op het gebied van de medische wetenschap te voorspellen . Een vandaag nog ongeneeslijke ziekte zou in de toekomst kunnen verzorgd worden dankzij nieuwe middelen.

 

De opsomming van deze problemen —die niet volledig is—, leidt er ons toe enkele praktische raadgevingen voor te stellen.

 

Praktische raadgevingen

Hoe dus een wilsverklaring opstellen? Terwijl men duidelijk het weigeren aanstipt van behandelingen die de menselijke waardigheid niet eerbiedigen (bv. de therapeutische hardnekkigheid) of die immoreel zijn (euthanasie), lijkt het voorzichtig een persoon (van de familie of andere) aan te wijzen op wie het medisch team moet beroep doen wanneer men zijn wil niet meer kan uitdrukken. De Belgische wet noemt zulke persoon een vertegenwoordiger van de patiënt. Deze werkwijze lijkt de aangehaalde problemen op te lossen : te “precieze” of te “algemene” richtlijnen; eerbied voor het advies en het geweten van de geneesheer, die niet herleid wordt tot een loutere uitvoerder (tussen de geneesheer en de “derde” kan eenzelfde wederzijdse vertrouwensrelatie ontstaan als tussen de geneesheer en de patiënt).

 

Hierna volgt een mogelijk model van wilsverklaring; het document moet handgeschreven zijn, in drie exemplaren, ondertekend door de belanghebbende en de vertegenwoordiger, overhandigd aan deze laatste en aan de behandelende geneesheer die dit in het medisch dossier voegt, terwijl het laatste exemplaar door de belanghebbende liefst altijd bij hemzelf behouden blijft:

 

« Ik ondergetekende (naam, voornaam, geboorteplaats en -datum, nationaal nummer, wettelijke woonplaats, beroep, telefoon), verklaar hierbij dat, wanneer ik mij in de onmogelijkheid bevind mijn wil uit te drukken wegens ziekte, ongeval of andere oorzaak, ik wens dat de volgende aanwijzingen zouden geëerbiedigd worden:


1) ik duid de hiernavolgende persoon aan als vertegenwoordiger , met het volledige recht om in mijn plaats elke beslissing te nemen betreffende de op mijn persoon uit te voeren zorgen en behandelingen: (naam van de vertegenwoordiger, enz.);


2) (indien men katholiek is: bij ernstig gevaar voor mijn leven, wens ik bijgestaan te worden door een katholieke priester);


3) ik weiger iedere vorm van euthanasie en alle orgaan- of weefselafneming tijdens mijn leven;


4) ik weiger alle therapeutische hardnekkigheid; 

5) ik verzoek mij de normale levenszorgen te verzekeren, zoals voeding, vochttoediening, hygiënische maatregelen, enz.;


6) (naar keuze: ik aanvaard dat organen of weefsels worden afgenomen na mijn dood, mits akkoord van mijn vertegenwoordiger)

Deze tekst is eigenhandig opgesteld in drie exemplaren: mijn behandelende geneesheer, Dr. ..., en mijn vertegenwoordiger hebben er een exemplaar van ontvangen.


Gedaan te (X), de (X), (handtekening van mezelf en van de vertegenwoordiger)»

 Het Europees Instituut voor Bio-ethiek publiceerde een zeer praktische variante voor deze beschikkingen: zie hier

Claude Gérard is priester, Burgerlijk Ingenieur en Doctor in de Theologie. De oorspronkelijke tekst in het Frans werd vertaald door Walter Van Goethem. Dit artikel werd lichtjes aangepast op 11-3-14.